Vierde Adventsweek (2)

Kerst en Pasen komen samen… Galaten4:4
De vierde adventskaars brandt. Alle puzzelstukjes liggen op hun plaats. Jaren later schrijft Paulus aan de gemeente van Galaten: ‘Maar toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet (…)’ Gal. 4:4.

Op Gods tijd! Daar zijn we de afgelopen vier weken (opnieuw) achter gekomen! Paulus schrijft vaker over het heil dat gekomen is. In 2 Corinthiërs 6:2 spreekt hij zelfs over ‘de dag van behoud’. Daarmee bedoelt hij dat dàt de tijd is, waarin God de mensen de mogelijkheid biedt om voor eeuwig van en bij Hem te zijn.

Dat deed mij denken aan het visioen/de droom die Jozef kreeg, nadat hij het plan had om Maria vrij te laten en de schuld van haar zwangerschap op zich te nemen. Het plan van God dreigde in het water te vallen. Hij greep echter in en sprak tot Jozef in een visioen. In Mattheus 1:20-21 lezen we dat Maria (…) ‘een Zoon zou baren, en u (dat is Jozef) Hem de naam Jezus zult geven, want… Hij zal Zijn volk redden van hun zonden’.

Het Griekse woord σὼσει, dat Paulus in de brief aan Korinthe schreef, kan ook vertaald worden met ‘verlossen’. God gaf zijn Zoon om ons te verlossen van de breuk tussen God en de mensheid. In Genesis 3 kan je lezen hoe die breuk is ontstaan. In datzelfde hoofdstuk staat echter ook dat ‘eens’ iemand zou komen om die breuk te herstellen. En nu, schrijft Paulus, is het de tijd van het heil. Hij refereert aan de gebeurtenis in de stal van Bethlehem. Op Gods tijd en zelfs voor de grondlegging van de wereld bepaald (Efeze1:4).

Dit bericht is geplaatst in Advent. Bookmark de permalink.