Derde Adventsweek (2)

De stilte wordt eindelijk verbroken! (Lucas 1: 39 – 56)

De stilte wordt (eindelijk) verbroken. Tot eer van God! Wat mooi! Wat kostbaar! Wat bijzonder! Maria hoort Elisabeth zingen. Ze doet opgetogen mee! Beide vrouwen zingen. Ieder haar eigen lied. Tot eer van God!

Zacharias slaat het tafereel vanaf een afstand gade. Hoort hij hen ook zingen? Hield het teken van God in dat niet meer kon spreken en niet kon horen? We weten het niet zeker, omdat het Griekse woord kōphos niet alleen ‘stom’ betekent, maar ook vertaald kan worden met ‘doof’ en zelfs ‘doofstom’.

Maar hoe het ook zij, Zacharias ziet dat de vrouwen zingen en blij zijn. Geniet hij mee? Wie zal het zeggen! Ik denk van wel! De verwondering slaat opnieuw bij hem toe. Wat zou hij graag mee willen zingen. Zingen tot eer van God! Maar het is nog niet Gods tijd! Het schiet wel op. Elisabeth is al uit haar ‘stil zijn’ gekomen.

Maria is waarschijnlijk bij de geboorte van Johannes geweest en heeft het wonder van het weer kunnen spreken van Zacharias vast meegemaakt. Lucas heeft zoveel mogelijk getuigen gehoord om zijn evangelie en later het boek Handelingen te kunnen schrijven. De ouders van Johannes waren toen vast al gestorven. We lezen namelijk nooit meer iets van hen. Zelfs niet toen Johannes door Herodes werd vermoord. Dat was zeker wel zijn vermeld als ze dat mee hadden gemaakt. Maria leefde waarschijnlijk nog wel. Zij had Lucas zeker een verhaal te vertellen! Uit de eerste hand!

Na drie maanden gaat Maria weer háár weg. Bemoedigd en getroost. Dat kan niet anders. Gods plan ontvouwt zich langzaamaan…

Dit bericht is geplaatst in Advent. Bookmark de permalink.