Accu leeg… lichten doven

Accu leeg… lichten doven.

‘We hebben het vaak zo druk met alles wat we voor de Heer doen, dat we de Heer zelf (dreigen te) vergeten’.

Het was zo maar een losse opmerking. We waren druk bezig met het klaarmaken van het gemeenteblad toen een van ons deze zin in het midden van de groep gooide. Hij was in zijn gedachten bezig met zijn drukke agenda, toen hij ineens besefte dat hij die week weinig tijd had genomen voor zijn persoonlijk contact met de Heer.

Ik moest aan zijn opmerking denken, toen ik na een bezoek tot de ontdekking kwam dat de accu van de auto leeg was geraakt, omdat ik de autolichten had laten branden.
Het is geen geheim dat de accu van je auto wordt opgeladen als je rijdt. De lichten blijven keurig branden en er is geen vuiltje aan de lucht. Het wordt een ander verhaal als de lichten blijven branden, terwijl je de auto op een parkeervak achterlaat. De lichten zullen uiteindelijk wel uitgaan en de ANWB en/of een welwillende buur zullen je weer uit de brand helpen, maar leuk is anders.

Het valt me op dat onze agenda’s soms wel erg vol staan met (kerkelijke/gemeentelijke) activiteiten. En o, zucht… waar halen we dan ook nog de tijd vandaan voor onze relatie met de Heer. We kunnen niet stil worden omdat we nog zoveel moeten doen.

Hoezo ‘moeten’…? Wie vraagt dat van ons? Wie legt ons dat op? Is het niet zo dat we al die zaken zelf op ons bordje gooien? Is het niet zo dat we ons vaak verplicht voelen om overal aan deel te nemen, taken op ons nemen om zo langzaam… uit te doven?

Toen ik hierover nadacht schoot een toespraak van Henk Binnendijk me te binnen. Hij vergeleek ons christenleven met een auto die regelmatig een tankstation moet opzoeken om weer met een volle tank door te kunnen rijden. Helemaal niet verkeerd! Maar wat, als je vergeet te tanken en er in geen velden of wegen een tankstation te ontdekken valt?

Er zijn ook christenen, volgens hem, die als een tram door het leven gaan. Ze zitten vast aan een elektriciteitskabel en hoeven dus niet van tankstation naar tankstation te rijden. Ze staan altijd in direct contact met de energieleverancier. Ze zijn echter afhankelijk van de rails waarover ze voortgaan. Van spontane uitstapjes weten ze niets. Niks mis mee, maar stel dat er een obstakel op de rails ligt…

Zijn derde voorbeeld sprak direct tot mijn verbeelding. Zo zou het moeten zijn! In een aantal steden rijden (nog) trolleybussen. De trolleybus heeft, net als de tram een directe lijn met de elektriciteitsleverancier. Deze bus is echter ook flexibel. Hij rijdt over de gewone weg en kan links en rechts afslaan. Hij kan uitwijken als dat nodig is en zijn weg daarna weer vervolgen, mits… mits hij vast blijft zitten aan zijn energiekabel.

Als je je leven aan God hebt gegeven en samen met Hem zijn plan voor jouw leven wilt bereiken, dan mag je jezelf blijven. Er zit speling in je zitten, gaan en wandelen. Het zijn geen rails, geen ‘moeten’, waar je langs moet gaan. Je bent vrij om keuzes te maken, MITS je vast blijft zitten aan de ‘Energieleverancier’.

Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.