Kom, we doen het samen…

Naar aanleiding van Exodus 6:1-12

Het verhaal van Mozes en de bevrijding uit Egypte is vast wel bekend. Mozes heeft bij de brandende braamstruik de opdracht van God gekregen om naar de oudsten van het volk te gaan. In eerste instantie kreeg hij het volk mee. Vol goede moed gingen Mozes en zijn broer Aäron naar de farao van Egypte met de boodschap dat hun God hen had opgedragen Hem bij de berg Horeb te gaan aanbidden. Het resultaat was niet wat ze hadden gehoopt. Integendeel! Het (slaven)werk werd zelfs verzwaard. (Exodus 5) en na de reactie van farao stuurde zijn volk hem zelfs weg met de mededeling, hen verder met rust te laten. Mozes was aardig gedesillusioneerd en hij vroeg zich af waarom de Here God het allemaal zo moeilijk had gemaakt (Ex5:22). Dat had toch wel anders gekund…?

In deze gemoedstoestand geeft de Here God aan Mozes voor de tweede keer de opdracht om naar de farao te gaan. Er is echter een groot verschil met de eerste opdracht. Deze keer laat de Here God duidelijk horen dat Hij Zelf zal zorgen dat Zijn plan doorgang zal vinden. Maar Mozes lijkt dit niet op te merken. Hij is gericht op de teleurstelling dat zelfs zijn eigen volk hem afwijst. Hij kijkt naar de omstandigheden en die zagen er niet zo best uit. En dat, terwijl hij zo zijn best had gedaan!
Nee, die opdracht van God lukt nooit!! Het lijkt wel alsof Mozes de omstandigheden als excuus aangrijpt om onder de opdracht uit te komen. Hij was tenslotte nooit echt enthousiast geweest en nu het volk het af laat weten en de farao het werk heeft verzwaard, blijken zijn voorgevoelens juist te zijn geweest. En dus stribbelt Mozes tegen (Ex6:11).
Mozes is de weg helemaal kwijt. Hij denkt niet meer aan de belofte van God, dat HIJ ZELF het volk zal uitleiden. Mozes ziet de problemen groeien en groeien. Nee, dit kan ik niet! Ze luisteren toch niet naar me. Hoe moet ik in vredesnaam voor elkaar krijgen dat… ik ben ‘onbesneden van lippen’.

Mozes was echter helemaal niet zo ‘onbesneden’ van lippen. Hij was een goed opgeleide man. Hij had onderwijs genoten aan het hof van de farao. Misschien zelfs wel in krijgskunde en politiek. Waar hij wel over inzat was, hoe hij de politieke omwenteling voor elkaar zou moeten krijgen die nodig was om de grote opdracht van God voor elkaar te krijgen. Tenslotte was Egypte een grootmacht en vele volken keken toe. Egypte zou zeker haar gezicht niet willen verliezen en zeker hun slavenvolk niet vrij willen laten.
Mozes staarde zich blind op de problemen die door al zijn denken alleen maar groter en groter werden. Hij hoorde zelfs Gods liefdevolle stem door al zijn gepieker, niet doorklinken.

In vers 10 staat iets opmerkelijks. De meeste vertalingen hebben hier staan: ‘Ga, naar de farao en…’ Maar in de Hebreeuwse grondtekst staat hier het werkwoord ‘Ba’… een woord dat zowel ‘gaan’ als ‘komen’ betekent. De grammaticale vorm is de gebiedende wijs ‘bo’… In plaats van ‘ga… naar de farao…’ kunnen we ook vertalen: ‘Kom naar de farao…’

De Here God weet dat Mozes deze grote opdracht niet alleen kan doen. Dat hoeft ook helemaal niet. God, (JHWH), de God van het volk is er altijd bij. Dat zegt zijn naam al. In Exodus 3 vers 14 stelt de Here God zich voor als Ik ben… (JHWH) en verderop als de God van Abraham, Izaäk en Jakob. De Here God is niet zomaar Iemand. Hij was en is en zal zijn, altijd Dezelfde en… Hij gaat mee. Sterker nog: Hij is er al. Het woordje ‘kom’… impliceert namelijk dat God al in Egypte, bij de farao is. Probeer het verschil maar eens te ‘voelen’. Stel dat ik tegen je zeg: ‘Ga naar de hoek van de straat en…’. Ik geef je een duidelijke opdracht om van mij weg te gaan en op de hoek van de straat iets te gaan doen. Als ik zeg: ‘Kom naar de hoek van de straat en…’.
Dat woordje ‘kom’ impliceert dat ik al op de hoek van de straat sta en jou toeroep: ‘kom, wees niet bang… ik ben er al en wacht op je’.

Als je Exodus 6:10 zo leest dan klinkt de opdracht heel anders: ‘Kom, Mozes… Ik ben er al. We spreken de farao samen en vragen hem (samen) om het volk te laten gaan’.

Let wel, ik veroordeel Mozes niet. Ik begrijp o zo goed dat hij teleurgesteld was. En het is heel menselijk dat hij die grote opdracht van God niet zag zitten. Ga er maar aanstaan!
Wat ik uit dit verhaal leer is, dat we soms zó op de problemen gefocust kunnen zijn, dat we vergeten wie onze God is en niet horen wat Hij zegt. Want wat de Here God eeuwen geleden tegen Mozes zei, zegt Hij vandaag ook tegen jou en mij. Maar net als Mozes zie ik Zijn uitgestoken hand ook niet altijd en hoor ik zijn stem niet met zijn bemoediging en zijn troost dat Hij ERBIJ is.

Ik ben blij dat ik in het vervolg van dit verhaal lees dat Here God geduld heeft met Mozes en dat Hij de argumenten die Mozes aanreikt ook echt hoort en daar zelfs op ingaat. God neemt de opdracht niet terug, maar komt Mozes wel tegemoet en gaat samen met Mozes de opdracht uitvoeren.

Dit bericht is geplaatst in Artikelen. Bookmark de permalink.